maandag 30 april 2012

De laatste meters voor de eindstreep


Hallo

Deze maand heb ik me een hele maand beziggehouden met het schrijven aan het boek over mijn eindwerk. Ik vond het een leuk idee om daarom een klein stukje van mijn boek vrij te geven. Het zijn twee anekdotes over het Magnuseffect waarover ik in het begin van het jaar de uitleg over gegeven heb.


De ventieltrap van Roberto Carlos

In de aanloop naar het wereldkampioenschap van 1998 organiseerde Frankrijk eerst een vriendschappelijke tornooi, genaamd “Tournoi de France”. Op 3 juni 1997 was er in het stadium van Lyon de match tussen Brazilië en Frankrijk. Na 20 minuten was er een vrije trap voor Brazilië. De ploeg wist meteen al dat Roberto Carlos deze trap mocht nemen. De verdedigers stelden zich recht voor hem op zodat een goal scoren in een rechte lijn erg moeilijk was. Wat Roberto Carlos deed was gebruik maken van het Magnuseffect. Hij legde de bal op het gras zodat het  ventieltje langs de zijkant van de bal lag. Hij schopte keihard op het ventiel wat ervoor zorgde dat de bal ging draaien. Het Magnuseffect deed de rest. De bal roteerde en er was een voorwaartse beweging. De omtreksnelheid en de luchtsnelheid ten opzichte van de bal versterken elkaar aan de rechter kant van de bal, terwijl ze elkaar tegenwerken aan de linkerkant.






Dit zorgde ervoor dat er een onderdruk ontstond rechts. Langs de andere kant ontstond er een overdruk. Door dit drukverschil ontstaat er een kracht gericht naar rechts. Dit zorgde ervoor dat de bal langs de verdedigers een boogbeweging maakte en in de netten belandde. Een andere naam voor dit schot is het banaanschot. Dit komt omdat de baan die de bal doorloopt de vorm aanneemt van een banaan


Afdraaiende kogel

De oorspronkelijke reden waarom Heirnich Gustav Magnus zijn onderzoeken startte naar het Magnuseffect was omdat een kogel die afgeschoten werd een ander baan vertoonde dan die welke hij moest volgen. Magnus toonde het verschijnsel aan en verklaarde daarmee de baanafwijking die ronddraaiende kogels krijgen.

Professionele scherpschutters moeten om op hun doel te schieten soms een meter boven doel mikken om het doel te raken. Een kogel ondervindt namelijk veel krachten. Stel dat de kogel geschoten wordt door een van de beste snipers van de wereld en dat de zwaartekracht verwaarloosbaar is in vergelijking met de voorwaartse kracht die deze kogel ondervindt. Dan zal de kogel nog altijd een rotatie ondervinden. De ene keer meer dan de andere. Stel dat er dan wind van links komt, dan zal de kogel wat meer naar rechts uitwijken. Als we dan weten hoe de kogel zal roteren kan de scherpschutter recht op het doel schieten. Als de kogel wind ondervindt langs de zijkant ondervindt, en doordat de kogel roteert om zijn as, zal er een kracht ontstaan die ofwel naar beneden of naar boven zal gericht zijn, afhankelijk van de draairichting van de kogel.

Laat ons zeggen dat de kogel met de wijzers van de klok mee roteert. Dan zal de kogel een kleine opwaartse kracht ondervinden. Voor de scherpschutter wil dit dus zeggen dat hij rechts en onder het doel moet mikken, naargelang de windsnelheid en de rotatiesnelheid van de kogel.


Ik hoop dat dit een leuk en duidelijk voorbeeld is. Tot volgende maand.

Michaël Gaveele

Geen opmerkingen:

Een reactie posten